Charles
Darwin ontwikkelde de evolutietheorie. De evolutietheorie beschrijft het proces
waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van organismen veranderen
in de loop van de generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting
en natuurlijke selectie. In zijn
boek (On the origin of species by means of natural selection, or the
preservation of favoured races in the struggle of life) noemt hij twee oorzaken
voor zijn ontdekking. Uit deze twee oorzaken blijkt dus dat de omgeving van fitaal belang is voor de organismen of te overleven en te evolueren. Daarbij heeft een organisme bepaalde eigenschappen nodig om te overleven en er dus voor te zorgen dat ze nakomelingen kunnen kweken. Die nakomelingen hebben ook deze eigenschappen en zullen dus ook weer nakomelingen kweken. Zo sterven ze niet uit, en vind natuurlijke selectie plaats. Natuurlijke selectie betekent dat organismen die beter in hun omgeving passen, meer kans hebben om te overleven en voor nakomelingen te zorgen. De factoren omgeving, noodzakelijke eigenschappen en natuurlijke selectie kunnen dus leiden tot evolutie. |
![]() |
|
Darwin kwam tot zijn fascinerende theorie doordat hij op ontdekkingsreis naar de Galapagoseilanden was. Daar was hij op onderzoek naar vogelsoorten. Toen hij klaar was op zijn eerste eiland en vogels met stompe, ronde snaveltjes die bessen aten had aangetroffen, kwam hij tot de ontdekking dat hetzelfde soort vogels op het andere eiland spitse, lange snavels hadden, en noten en zaden aten. Zo ontdekte hij dat een organisme zich aanpast aan zijn omgeving, en na de loop van de jaren organismen evolueren en er nieuwe organismen ontstaan. Nadat
Darwin na meer dan 20 jaar zijn theorie over evolutie durfde te publiceren, was
een andere wetenschapper (Alfred Russel Wallace) reeds tot dezelfde bevindingen
gekomen. Darwin had angst om het te publiceren vanwege de religieuze implicatie
van zijn werk. Daarbij werkte Charles Darwin ook erg rustig, en zat er voor
zijn gevoel geen druk achter publicatie van zijn bevindingen. Tegenwoordig laat bijna elke wetenschapper zich door de theorie van Darwin leiden. Het bewijs van deze theorie kan men zien aan de bouw van bijv. zoogdieren; ze hebben allemaal dezelfde skeletopbouw, longen en we planten ons op dezelfde manier voort.
|
||
