Wat is evolutie? Evolutie is volgens deze theorie de natuurlijke wet die zorgt voor de natuurlijk selectie (meer: Darwinisme). Evolutie begint bij de verandering van de omgeving. Dieren leven in een bepaald habitat en zijn daar zo op aangepast dat zij daar goed kunnen overleven. Als deze habitat veranderd zullen de dieren moeten mee veranderen omdat ze anders uit zullen sterven. Dit is evolutie, maar hoe werkt dat dan? Veel mensen geloven tegenwoordig dat het gebeurt op microscopisch niveau, in het DNA van een organisme. De meeste organismen zijn opgebouwd uit een hele hoop cellen. Cellen bestaan uit een celkern, cytoplasma en een celmembraan. In het cytoplasma zijn ook nog eens een heleboel organellen aanwezig, die bepaalde functies hebben. In de celkern zit het DNA opgeslagen, DNA is een afkorting voor Desoxyribo Nucleic Acid. DNA is de blauwdruk waarop staat hoe een organisme zou moeten zijn. In elke cel zit een kern met daarin steeds hetzelfde DNA. Een verandering in dat DNA zorgt dus voor een verandering van het organisme want als je een blauwdruk veranderd krijg je ook een ander bouwwerk. Met dit in gedachte gaan we verder want hoe kan DNA dan wel veranderen. Cellen in het lichaam van een organisme moeten om de zoveel tijd vervangen worden, afhankelijk van het soort cel vaker of veel minder vaak. Bij deze vervanging wordt uit een bestaande cel een tweede cel gemaakt, dit heet celdeling. Bij cel deling wordt er een exacte kopie van de cel gemaakt, waarin ook weer precies hetzelfde DNA zit. Omdat dit heel vaak gebeurt kan er, zeker bij oudere cellen, wel een wat mis gaan, de kopie van het DNA wordt niet exact hetzelfde maar net een beetje anders dan de moedercel. Dit heeft meestal nauwelijks of geen gevolgen, maar het kan zijn dat er wel merkbare gevolgen zijn. Vaak leiden mutaties, zoals de veranderingen heten, tot kanker een gevaarlijke ziekten waaraan veel mensen dood gaan. Het kan ook gebeuren dat de mutatie positief uitwerkt waardoor er een beter organisme ontstaat. Nog steeds zijn niet alle vragen weg genomen, want als er maar een kleine kans is op zo’n mutatie en als het maar bij één organisme gebeurt, hoe leidt dat dan tot evolutie. Wel, het antwoord is niet zo lastig. Stel er is een gevaarlijke ziekte en alle bijen gaan worden ziek en gaan dood. Doordat er bij een paar bijen mutaties zijn opgetreden hebben deze een gen ontwikkeld dat zorgt dat zij immuun zijn voor die ziekte. Deze bijen zullen dus blijven leven en zo ontstaat er een betere soort. Zo kan vanuit één organisme en zijn nageslacht een beter soort ontstaan. Belangrijk is wel dat dit veel tijd kost. Langzaam maar zeker zullen organismen verder ontwikkelen en beter worden in overleven. Het onderzoek op dit gebied wordt gedaan met bacteriën en virussen omdat deze zich veel voortplanten en daardoor dus vaker zullen muteren. Dit is ook de reden dat er vaak nieuwsberichten zijn over resistente bacteriën en virussen. Doordat zij vaak voortplanten is er dus een grotere kans op mutaties en daarom dus ook een grotere kans dat er een organisme een gen aanmaakt die zorgt dat er een antistof wordt aangemaakt en daardoor zijn ze dus resistent.
|
![]() |
